Inspectie van een oldtimer

Een oldtimer kan er goed uitzien, maar is daarom niet effectief in een goede staat.
Als je op het punt staat een oldtimer te kopen, dan wil je bij de inspectie zo goed mogelijk kunnen bepalen wat de staat van het voertuig is.
Ook is het uiteraard interessant om de staat van je eigen oldtimer te kunnen controleren.

Voor elke oldtimer is het belangrijk dat de remmen niet heet lopen, de benzineleidingen vernieuwd zijn, de elektrische bekabeling in orde is, de speling op de stuurinrichting niet te veel is, de motor betrouwbaar is,...
Dit zijn niet alleen belangrijke aspecten voor een comfortabel rijgenot maar ook voor een veilig gevoel onderweg. 

Ronny Lambrechts van Rent-a-classic laat ons weten waarop er gelet moet worden bij de inspectie van een oldtimer.

Algemeen

Een oldtimer inspecteren vergt veel tijd en vakkennis. Het is vooral wat je niet kan zien dat belangrijk is, dus neem er veel tijd voor en zorg voor voldoende licht. Bij de meeste populaire oldtimers kan men het grootste deel van de onderdelen vrij makkelijk vinden. De toestand van het koetswerk is dus veel belangrijker. Mechanische onderdelen vervangen is eenvoudiger dan plaatwerk uitslijpen en inlassen.

Zeldzamere modellen moeten vooral compleet zijn, want sommige onderdelen kunnen zeer moeilijk te vinden zijn en dus ook verschrikkelijk duur.

Een gedemonteerde oldtimer kopen is zeer gevaarlijk, maar je kan zo wel een koopje doen. Maak voor de aankoop zo goed mogelijk een overzicht op van de onderdelen. Dit doe je best door symmetrisch te sorteren (bv. alles wat in de deuren steekt compleet L en R, spiegel L en R) en per hoofdstuk (bv. bumper met beide bumpersteunen of motor, starter, carburator, uitlaat, dynamo, enz, ruitenset compleet ineens met de rubbers). Wanneer dit grotendeels in orde is en je weet hoe de auto in elkaar zit (niet onderschatten) kan je het in overweging nemen. Het grote voordeel is wel dat je het koetswerk goed kan keuren.

Checklist

Let op dat alle sleutels erbij zijn en kijk het chassisnummer na.

BUITENKANT
Hoe is de algemene staat van op 2 meter afstand? Loop eens rond de oldtimer, wat is je eerste indruk?
Laat je vooral niet imponeren door een glanzende laklaag, het is niet ondenkbaar dat hier een hoop ellende onder schuilgaat.
De lijnen van de deuren (zeker bij een cabrio), motorkap en kofferdeksel moeten overal gelijk en evenwijdig zijn. Is dit niet zo, dan kan dit wijzen op een ongeval in het verleden. Bij deuren kan het ook zijn dat de as van een scharnier uitgesleten is. Dit is makkelijk te controleren door de deur een beetje te openen en dan eens op te tillen.
Controleer de ruitmechanismen door de ruiten eens op en neer te laten en je ondertussen te concentreren op de weerstand van de hendel.
Bekijk ook even de slijtage op de voorruit (krassen, zand, luchtbelletjes). Spuitwerk controleert men best onder TL lampen (lopers, glans, strakheid, appelsien, rubbers mee gespoten, putjes,wolkjes, opwerpingen).
Roest aan de buitenkant kan men onderscheiden in 2 soorten. Oppervlakkig roest door schade of de zogenaamde roestblaasjes (roest onder de lak of mastiek). Het eerste is niet zo erg maar het tweede wil meestal zeggen dat het roest van binnen naar buiten doorgedrongen is en waarschijnlijk die volledige binnen- of achterkant is verroest (dus een gat). Grote zwellingen, meestal tussen de 10 en 30 cm vanaf de onderkant, wijzen op het loskomen van de mastiek die ooit in het verleden werd gebruikt. Roest kan hier weer de oorzaak van zijn.

BINNENKANT, ROEST (HOLLE RUIMTEN)
Roest komt het meeste voor op de onderste 15cm van de auto en bijzondere aandacht dient besteed te worden aan het keuren ven de dorpels, vloerplaten, onderkant deuren, kriksteunen en wielkassen.
Dit is de meest ernstige vorm van roest en niet altijd even makkelijk op te sporen. Probeer met een zaklamp in eventuele gaten te kijken. Door de oldtimer goed langs de zichtbare zijden te inspecteren kan men wel een idee vormen van de binnenkant. Bv. roestblaasjes onder de deuren, dorpels of wielkassen wijzen waarschijnlijk op complete aantasting langs de binnenkant (zie hierboven).
Het vervangen van plaatwerk kan een dure aangelegenheid worden als je niet zelf over de vaardigheid en het benodigde gereedschap beschikt. Eenvoudige constructies zijn uiteraard makkelijker op te lassen dan de ingewikkelde. Zo is een dorpel van een Fiat 500 een peulschil t.o.v. de dorpel van een Porsche 911.
Bij verdachte plekken (bv. zwellingen of barsten in de rutex, onregelmatigheden) mag je ervan uit gaan dat er roest achter zit.
Als de auto al eens is opgelast moet je er proberen zeker van te zijn dat het rotte plaatwerk verwijderd werd. Anders moet je het allemaal opnieuw doen, wil je een roestvrije oldtimer hebben. Controleer deze laswerken op afwerking, lasnaden, grootte van de overlappingen, inbranding.

MOTOR, VERSNELLINGSBAK
De kilometers die op de teller staan zijn erg relatief. Men kan wel nagaan hoeveel keer de kilometerteller is rond geweest (slijtage rubbers van pedalen, stuur, versnellingspook, zetels).
Kijk ook even onder de wagen om lekkages waar te nemen. Enkele druppels zijn aanvaardbaar. Ziet de motorruimte er proper uit of is het een slordige en smerige boel? Het beste is natuurlijk de compressie meten en een proefrit maken.
Als de motor draait, probeer verdachte geluiden waar te nemen en kijk naar de uitlaat. Witte rook is water dat mee verdampt (joint de culas, condensatie), blauwe rook wil zeggen dat er olie mee verbrand wordt, dus ernstige slijtage.
Een witte olie- of radiatordop kan eveneens wijzen op een probleem met de "joint de culas".
Wanneer de motor slecht of niet draait kan men misschien flink afdingen. Dit wil daarom niet zeggen dat er iets aan de motor scheelt, veel kans dat het probleem echt een kleinigheid is (geen of oude benzine, bougies, contactpunten, carburator vuil,...).
Als de oldtimer lang stilstaat gaat men best eerst even na of de motor niet vast zit vooraleer proberen te starten (spuit wat kruipolie in de bougiegaten).
Om de versnellingsbak te controleren moet men kunnen rijden. Luister naar verdachte geluiden (bv. zingende lagers).
Gaat hij goed in elke versnelling? Springt hij er niet uit? Kan je nog goed terug schakelen (vooral 2de versnelling)?
De ontkoppeling kan gecheckt worden door de handrem goed op te trekken en dan proberen te vertrekken in 1ste versnelling. Deze mag dan niet doorslippen.

REMMEN, OPHANGING, STUURINRICHTING
Ook hier kan een proefrit je het meeste inzicht geven in de algemene technische staat van de oldtimer. Gebruik al je zintuigen tijdens het proefrijden. Een goede oldtimer voelt levendig aan en onder het rijden moet je je prettig voelen. Een slechte klassieker verraadt zichzelf meteen (schuin wegtrekken, rammelende of kloppende geluiden, zingende lagers,...).
Duw eens op het rempedaal en probeer dan de auto voort te duwen. Als dit moeilijk of niet gaat wijst dit op vastzitten van één of meerdere remmen. Kijk zowel de stalen (vroeger koper) en rubberen (flexibels) na op scheuren, roest,... Hoe zien de schijven eruit? Hangt er niet te veel braam aan? Zijn er geen barsten in? Hoe voelt het rempedaal aan? Als na het induwen het pedaal niet terug komt wijst dit waarschijnlijk op het vastzitten van de hoofdremcilinder. Als je hem tot beneden kan induwen, kan er vanalles schelen. Verdere inspectie is pas mogelijk bij demontage.
Bij een oldtimer die reeds lang stilstaat mag men ervan uitgaan dat het volledige remsysteem moet vernieuwd of gereviseerd worden.
De schokdempers kan je makkelijk controleren door de auto eens naar beneden te duwen en dan bruusk te lossen. De auto mag niet blijven naschommelen. Ernstig gepiep wijst dan op het vastzitten van de schokdempers. Natte schokdempers (=lek) zijn voor de vuilbak. Bladveren kunnen wel eens breken maar dat is uitzonderlijk. Toch even controleren.
Stuurspeling kan je makkelijk controleren door bij stilstaan het stuur van L naar R te bewegen en ondertussen naar de voorwielen te kijken of de weerstand te voelen. Stuurspeling kan wijzen op versleten kogelgewrichten of speling op het stuurhuis. Dit laatste kan men meestal bijregelen.

ONDERKANT
De onderkant (stuurstangen, draagarmen, chassisbalken, achterkant ankerplaten van de remmen) kan soms oppervlakkig erg verroest te zijn. Dit is niet zo erg als het lijkt. Dit is kwestie van het allemaal eens goed zuiver te maken. Kijk wel uit naar zwellingen onder de rutex (coating) van de bodemplaten en balken.
Een platte schroevendraaier is een handig hulpmiddel om losse rutex weg te krabben.

INTERIEUR
De toestand van het interieur geeft een beeld van hoe de oldtimer in kwestie is behandeld. Dashboard nergens gebarsten? Is het compleet? Werken de bedieningsknoppen nog? Hoe ziet de binnenhemel eruit en zijn de zijpanelen niet kromgetrokken van het vocht? Als de auto binnen vochtig is wijst dit op doorsijpelen van water.
Hoe is het met de zetels gesteld? Te hergebruiken, niet te erg doorgezakt? Of moeten deze sowieso herbekleed worden? Een origineel interieur geeft een waardevol karakter aan de auto, zelfs al is het niet nieuw meer. Lederen zetels kan men herschilderen of met een product, dat er diep intrekt, behandelen. Bij grote slijtage of scheuren van enkele zetels dienen ze allemaal herbekleed te worden.

CABRIO
Doe de kap eens open en toe. Controleer de speling van de scharnieren (dit doe je door ze in half open stand eens verticaal op en neer te bewegen). Is het ijzerwerk (geraamte) nog recht? Rust het niet op de zijruiten? Moet het geraamte gezandstraald worden? Is ze makkelijk terug dicht te krijgen? Is de kap (soms ook binnenhemel) nog in goede staat? Heel belangrijk bij een cabrio is dat de lijnen tussen de deuren en stijlen recht zijn.

ELEKTRICITEIT
Zorg dat je de elektriciteit eens kan controleren. Werken de pinkers, ruitenwissers,... nog? Is de bekabeling nog origineel? Is het eens niet mee overspoten? Werden bij werkzaamheden de kleurcodes gerespecteerd?
Oude alarmsystemen zijn een pest om er uit te halen.

CHROOM (BUMPERS, KLINKEN, SIERRINGEN, BAGGETJES, EMBLEMEN,...
Controleren op roest, krassen, putjes, versletenheid, glans. Probeer er punten op te geven, zo doen ze dit ook bij taxaties. Makkelijk te vervangen bij populaire classics, maar koop goede kwaliteit.

RUBBERS (DEUREN, BANDEN, MOTORKAP, RUITEN, SCHUIFDAK, LICHTEN, SILENTBLOKKEN,...)
Controleer deze op verduurdheid en soepelheid/stijfheid. De banden moeten links en rechts gelijk zijn. Voel er eens met je hand rond om bultjes te voelen. Hoe diep is de insnijding nog en zijn ze niet verduurd?

VLOEISTOFVERLIES
Bepaalde kleine lekkages zijn aanvaardbaar (bv. motor, versnellingsbak, achterbrug) maar van andere vloeistoffen mag er totaal geen verlies zijn (bv. koelvloeistof, remolie). Motorolie kan men herkennen aan de donkere (meestal zwarte) kleur. Versnellingsbakolie heeft een lichtbruine kleur en stinkt. Remolie heeft een witgele kleur en is reukloos, als je hiermee tussen de vingers wrijft, voelt dit niet als een smeerolie aan. Koelvloeistof heeft een zoete smaak. 

Expertise

Ronny Lambrechts van Rent-a-classic kan je toekomstige klassieker ook zelf op meer dan 80 afzonderlijke punten inspecteren.
Als het om een restauratieproject gaat is het belangrijk om weten hoe je dit aanpakt, wat je mag verwachten en hoeveel het gaat kosten. Ook daarbij kan Ronny je met raad, en eventueel daad, bijstaan.
Een expertise kan ter plaatse gebeuren of beter nog: in zijn atelier. Dit kost 100 euro (zonder eventuele kilometer-vergoeding).
Voor meer informatie mail naar info@rent-a-classic.be of kijk even op www.rent-a-classic.be.